Bezichtiging.app › Bouwperiode
Jaren 30 woning bezichtigen: waar let je op?
Bij een woning uit het interbellum gaat je aandacht naar drie dingen: wat er onder de vloer zit, wat er in de gevel zit, en wat er niet in het dak zit. De erker, het glas-in-lood en de hoge plafondlijsten zijn de reden dat je er staat. De rekening zit in de kruipruimte, de spouw en de isolatie.
Hoe zo'n woning is gebouwd
Gemetselde buitenmuren, een houten vloer op balken over een kruipruimte, een pannendak op houten beschot, en een schoorsteen die ooit voor kachels diende. In deze periode raakt de spouwmuur ingeburgerd, maar die spouw is smal en werd niet gevuld; hij zat er om regen buiten te houden, niet om warmte binnen te houden.
In het westen en noorden van het land staan deze woningen vaak op houten palen. Dat maakt de grondwaterstand in de buurt een onderwerp op zich; zie verzakking en fundering.
Waar kijk je als eerste?
In de kruipruimte, want daar staat of valt het onderhoudsverhaal van dit type woning.
- Staat er water op de bodem, en zijn de ventilatieroosters in de gevel open?
- Hoe zien de balkkoppen eruit, op de plek waar het hout het metselwerk raakt? Aantasting begint daar.
- Zit er vloerisolatie, en hangt die nog vast?
- Liggen er nog loden waterleidingen? Lood werd tot ongeveer 1960 gebruikt.
Vind je poederfijn boormeel onder de balken, ga dan verder bij houtworm herkennen. Vind je water en een muffe lucht, dan hoort de vraag naar de vloerbalken in de opdracht aan de keurder.
De gevel en de kozijnen
Loop om het huis heen en kijk langs het metselwerk. Zoek trapsgewijze scheuren bij de hoeken en boven de ramen op de begane grond, en beoordeel het voegwerk: zacht en uitgesleten voegwerk laat regen door. Wat je vindt lees je na bij scheuren in de muur.
Duw met je duim tegen de onderdorpels van de kozijnen en tegen de onderste hoeken van de stijlen. Voelt het sponzig, dan is het hout weg onder de verf. Bij een erker kijk je extra naar het dakje erboven en naar de aansluiting op de gevel; die combinatie lekt vaker dan de rest van het huis.
Glas-in-lood is mooi en het is enkel glas. Vraag of het beschermd is en of vervanging of achterzetbeglazing is toegestaan.
Isolatie: wat kan hier eigenlijk?
Vraag per onderdeel na wat er is gedaan: vloer, spouw, dak en glas. Bij deze woningen is zelden meer dan een of twee daarvan gebeurd.
Of de spouw geïsoleerd kan worden, hangt af van de breedte en van wat erin ligt. Bij oudere panden is de spouw smal en soms deels dichtgemetseld of vervuild met mortelresten. Een specialist kijkt dat met een endoscoop na. Bij een halfsteens buitenmuur zonder spouw, wat in de oudste woningen van deze periode voorkomt, valt er niets te vullen en blijft alleen isolatie aan de binnenkant over. Dat kost ruimte en vraagt zorgvuldige uitvoering.
Het dak is meestal de grootste winst. Kijk op zolder of je aan de binnenkant het pannenbeschot ziet; dan zit er geen isolatie en waarschijnlijk ook geen dampremmende laag.
Installaties
Elektra is in de meeste van deze woningen ergens onderweg vernieuwd, maar niet altijd volledig. Open de meterkast en tel de groepen. Zie je nog draadwerk met een stoffen of hard geworden rubberen omhulsel, dan zit er ergens nog een oud deel in het huis.
Vraag naar de riolering. In woningen van deze leeftijd ligt vaak nog gres, dat breekt bij zetting en waar boomwortels in groeien. Vraag of er ooit een camera-inspectie is geweest.
De schoorsteen is een aandachtspunt op zich: vraag of het kanaal nog gebruikt wordt, wanneer het voor het laatst is geveegd, en of het loodwerk op het dak is nagelopen.
Asbest zit hier meestal niet in het oorspronkelijke huis, maar in de verbouwingen erna. Asbest is pas sinds 1993 verboden, dus de badkamer uit 1975, de schuur met golfplaten en het plaatmateriaal bij de cv-ketel zijn de plekken om naar te vragen, niet het metselwerk uit 1932.
Wat er waarschijnlijk al is verbouwd
Bijna elke woning uit deze periode heeft een dakkapel, een uitbouw aan de achterkant, of allebei. Vraag naar de vergunningen en naar het bouwjaar van die delen, en kijk goed naar de aansluiting op het oorspronkelijke huis. Een aanbouw heeft een eigen fundering en zakt in een eigen tempo; een verticale naad daar is gewoon, een groeiende trapsgewijze scheur niet.
Ligt de woning in een beschermd stadsgezicht of is het een gemeentelijk monument, vraag dan wat er vergunningvrij mag aan kozijnen, glas en dakkapellen. Dat bepaalt je verduurzamingsplan meer dan je budget.
Veelgestelde vragen
Heeft een jaren 30 woning een spouwmuur?
Vaak wel, maar smal en niet gevuld. In de vroegste woningen uit deze periode komen ook massieve muren zonder spouw voor. Laat het nakijken voordat je uitgaat van spouwisolatie: de breedte en de vervuiling van de spouw bepalen of het kan.
Wat is het grootste risico bij een jaren 30 woning?
De fundering, in de gebieden waar op houten palen is gebouwd, en de houten vloerconstructie boven een vochtige kruipruimte. Beide zie je niet vanaf de begane grond, en beide zijn duur om te herstellen.
Is een jaren 30 woning goed te verduurzamen?
Meestal wel, maar in een andere volgorde dan bij nieuwere woningen. Begin bij het dak en de vloer, dan pas glas en spouw. Bij een beschermde status bepaalt de gemeente wat er aan de voorgevel mag veranderen.